Rosé uit de Gard

Beste lezer, er hing iets in de lucht die
avond.
Iets tussen lavendel en herinnering.
De warmte van de dag was eindelijk moe
geworden
en trok zich langzaam terug uit de stenen
van het terras,
alsof ook zij wist wanneer het tijd was om
los te laten.

Ik zat in mijn fluogroene relaxstoel
die al twintig zomers met mij meereisde,
horizontaal mijn voeten op hartshoogte —
zoals het vaak wordt aangeraden —
naast mij een wiebelig tafeltje
waar een glas rosé mij stilzwijgend
gezelschap hield.
De cicaden gaven hun concert,
onbetaald, onvermoeibaar,
alsof de tijd nooit aan hen vroeg om stil
te zijn.

Boven mij opende de hemel zich
en vallende sterren begonnen hun reis,
zoals ik de mijne ooit begon — aarzelend,
zoekend, een tocht met duizenden uitdagingen.
Zuid-Frankrijk. Le Gard.
Een streek die ruikt naar tijm,
naar verweerde muren en verloren uren.
Ik was daar met mezelf,
een metgezel die ik al een leven lang
meedroeg,
soms zwaar, soms eigenwijs.
Mijn vrouw sliep al —
de hitte woog op haar als een onzichtbare
deken.
Onze woorden werden deze week zuiniger,
maar onze stiltes zegden zoveel meer.
En meer was ook niet nodig op onze leeftijd.

Op dat terras voelde ik me jong en oud tegelijk,
alsof de tijd zelf niet wist
wie hij het eerst moest aanspreken.
Mijn knieën kraakten bij het rechtstaan,
maar iets in mij bewoog —
een moment in de bakkerij, elke ochtend:
een simpele glimlach, een “bonjour
monsieur”, van de jonge vrouw achter de toonbank.
Niets meer dan dat,
maar het bleef hangen —
een kleine echo van iets wat ik vroeger
niet helemaal zag.

Toch was er rust.
Geen internet, geen opinie,
geen nieuws dat mij dwong te kiezen.
Alleen stilte,
met het ritme van krekels,
het eenzame geblaf van een hond,
en ergens ver weg de stem van Christoff,
die nog steeds zijn Aline zocht
onder dezelfde hemel als ik.

De rosé was lauw geworden.
De maan klom traag,
alsof ook zij op haar leeftijd liever geen
trappen meer deed.
Ik glimlachte.
Niet omdat alles goed was,
maar omdat het goed genoeg was —
voor vroeger, voor daar.

En misschien was dat wel
de hoogste vorm van geluk
die op een avond als deze te vinden viel:
vrede met het onaffe,
een stoel,
een glas rosé,
en uitzicht op de eeuwigheid.